begeleiding

1-zorgroute
De wijze waarop de zorg op de Watergeus is vormgegeven is bekend onder de naam ‘1-zorg route’.
Het centrale uitgangspunt bij de 1-zorgroute is het denken en handelen vanuit onderwijsbehoeften. Een onderwijsbehoefte is dat wat een leerling nodig heeft om het volgende doel te bereiken. We kijken naar kansen en mogelijkheden van onze leerlingen. Werken met 1-zorgroute betekent dus ook proactief handelen.

In de groep werken de leerkrachten met groepsplannen. Werken met groepsplannen betekent dat alle leerlingen aandacht krijgen. Op onze school betekent de 1-zorgroute dat wij groepsbesprekingen houden. Daarin worden ook de individuele leerlingen besproken aan de hand van het opgestelde ontwikkelingsperspectief. Als er nog vragen zijn over leerlingen, dan worden deze voorgelegd aan onze Commissie van Begeleiding.
De 1-zorgroute houdt ook in: aansluiten op de diensten en producten van externe hulpverleningsinstellingen, zoals jeugdzorg en schoolmaatschappelijk werk.

De commissie van begeleiding (CvB)
Bij binnenkomst van een leerling wordt deze op de eerstvolgende vergadering van de Commissie van Begeleiding (CvB) besproken. In de Commissie van Begeleiding hebben zitting; de arts, de maatschappelijk deskundige, de orthopedagoog en/of de psycholoog, de intern begeleider en de directeur van de school. Indien nodig worden ook andere specialisten geconsulteerd waaronder; de logopediste, de motorisch remedial teacher / vakleerkracht bewegingsonderwijs of de fysiotherapeut.

In de eerste bespreking worden richtlijnen geformuleerd voor de didactische- en pedagogische aanpak van de leerling.

Ook wordt in deze bijeenkomst het ontwikkelingsperspectief met daaraan gekoppeld het planningsdocument van de leerling vastgesteld. Dat gebeurt op basis van de gemeten intelligentie in relatie tot de belemmerende- en beschermende factoren die bij de leerling aanwezig zijn.

Op basis van de leeftijd, in combinatie met de leermogelijkheden zoals aangegeven in het ontwikkelingsperspectief en de sociaal-emotionele ontwikkeling, wordt de leerling voorlopig in een bepaalde groep geplaatst. In een periode van ongeveer drie weken wordt vastgesteld of deze leerling in de juiste groep is ingestroomd. We kijken daarbij of de leerling op het juiste didactische niveau zit en of er op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling voldoende aansluiting is.

Toetsen, plannen en evalueren
Vanuit de planningsdocumenten stelt de leerkracht het groepsplan op. Hierbij worden leerlingen met vergelijkbaar niveau ingedeeld in groepen. In de klas wordt gewerkt met verschillende niveaugroepen. Het kan ook voorkomen dat de leerling in een andere dan de eigen groep een vak volgt dat aansluit bij zijn of haar niveau. Dit kan voor elk van de kernvakken (technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen of taal/spelling) op een ander niveau liggen.

In de niveaugroep wordt rekening gehouden met de individuele behoefte van de leerling, bijvoorbeeld aan de mate van instructie en/of oefening van de leerstof.

In het groepsplan worden de doelen en de organisatie van het onderwijs beschreven. Ook worden de gebruikte methoden en de resultaten van de leerlingen vermeld. Deze resultaten worden opgenomen in de evaluatiekolom van  het groepsplan.

Na het afnemen en analyseren van de methodegebonden toetsen worden de scores in het groepsplan vermeld.

Daar waar de ontwikkelingen niet overeenkomstig zijn met de verwachtingen, wordt het groepsplan aangepast.

Na een periode van acht weken worden de resultaten van de methodegebonden toetsen van elke leerling omgezet van het groepsplan  in het planningsdocument. Het groepsplan over de afgelopen periode wordt ingeleverd bij de intern begeleider.

Aansluitend worden deze gegevens besproken in de leerlingenbespreking.

De intern begeleider, de groepsleerkracht en andere specialisten die met de leerlingen van de groep werken, bespreken de vorderingen. Hierbij wordt de leerontwikkeling en de ontwikkeling op sociaal- en emotioneel gebied besproken.

Als het nodig is worden er afspraken gemaakt over extra begeleiding. Ook worden er voor de speciale aanpak, die afwijkt van het voor de groep geldende programma, doelen geformuleerd die in de volgende bespreking worden geëvalueerd. De resultaten van de toetsen en testen zijn doorslaggevend voor het geven van extra hulp.

De afspraken worden door de intern begeleider geregistreerd in het planningsdocument wat gemaakt wordt voor de komende periode, waarna de cyclus opnieuw wordt ingezet. Deze cyclus herhaalt zich 4 keer per jaar.

Als er specifieke programma’s worden ingezet worden ouders daar direct bij betrokken, zoals bij bijv. de speciale taal- spellingsprogramma’s, extra onderzoeken etc.

Op vaste tijdstippen (twee keer per jaar, meestal in januari en juni) nemen we methode-onafhankelijke toetsen af.

De resultaten van deze toetsen maken een vergelijking met het landelijk gemiddelde mogelijk en geven ons objectieve gegevens over de leerprestaties van de leerling.

De potentiële schoolverlaters worden getoetst in november van het mogelijk laatste schooljaar. Hierbij worden naast het afnemen van de methode onafhankelijke toetsen ook intelligentie onderzoeken afgenomen.)

De resultaten van de toetsen en testen worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Vanuit het leerlingvolgsysteem kunnen wij de leerrendementen per vakgebied bijhouden.

Vanaf het moment dat de leerling bij ons op school komt tot het moment dat deze onze school verlaat, houden we de vorderingen nauwkeurig bij.

Op de Watergeus houdt de intern begeleider zich bezig met het monitoren van het leerproces van de leerlingen.

Hij brengt de ontwikkeling van de leerlingen in beeld door de vorderingen, te vergelijken met het ontwikkelingsperspectief zoals dat is vastgesteld. Daar waar dat nodig of wenselijk is, wordt het ontwikkelingsperspectief bijgesteld. Dit gebeurt in de Commissie van Begeleiding, op voordracht van de intern begeleider en de orthopedagoog / psycholoog.

De resultaten van de leerlingen worden zowel op leerling, groep- als schoolniveau in kaart gebracht en geanalyseerd. Hierdoor is het mogelijk om op alle niveaus verbeterpunten te formuleren om de zorg voor leerlingen steeds op een hoger niveau te brengen.

Rapportage
De groepsleerkracht observeert en neemt methodegebonden en methode onafhankelijke toetsen af.

De verzamelde gegevens worden geregistreerd en verwerkt in een rapportage aan de ouders. Dit rapport wordt twee keer per schooljaar uitgereikt en met de ouders besproken.

De laatst afgenomen gegevens komen in het centraal bewaarde leerlingendossier.

Didactisch en pedagogisch handelen.
De groepsleerkracht corrigeert het dagelijks werk van de leerlingen en geeft daarop feedback. De gemaakte opmerkingen dienen succeservaringen te bevorderen en het zelfvertrouwen van de leerling te vergroten.

In de onderbouw worden soms de gemaakte werkjes mee naar huis gegeven. In de midden- en bovenbouw werken de kinderen in schriften of in bij de methoden behorende werkboekjes. De kinderen krijgen deze schriften aan het eind van het schooljaar mee naar huis, of als ze vol zijn.

Voor ouders is het gemaakte werk in te zien tijdens de rapportbesprekingen. Tussentijds is dit ook mogelijk als de ouder daarvoor een afspraak heeft gemaakt met de leerkracht.

Een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen is het hebben van een veilig pedagogisch klimaat. Hier wordt door alle medewerkers van de school veel zorg en aandacht aan besteed.

Er zijn duidelijke regels en afspraken waar we ons aan houden en er is een duidelijke structuur. Ook wordt er systematisch en methodisch gewerkt aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen middels de Kanjertraining.

Naast de ontwikkeling van de leerlingen wordt er ook tijd en aandacht besteed aan de ontwikkeling van de leerkrachten. Zij weten zich ondersteund door de intern begeleider wanneer er vragen zijn met betrekking tot het eigen handelen.

Een andere belangrijke taak van de intern begeleider – ondersteund door gespecialiseerde leerkrachten – is het bijhouden en invoeren van onderwijsontwikkelingen.

Zo staat voor de komende jaren een herziening van het technisch- en begrijpend lezen op stapel, inclusief het verder vormgeven aan het inrichten van een talige omgeving op school. Ook wordt bezien of de rekenmethode vervangen of aangevuld dient te worden.

Wij streven actieve participatie van leerlingen na bij hun leerproces. De leerbaarheid van de individuele leerling is hierbij leidend voor het aanspreekniveau.

Extra zorg
Naast het aanbod in de klas beschikt de Watergeus ook over een groot aanbod voor extra ondersteuning buiten de klas.

Op school zijn remedial teachers werkzaam die niveaugroepen begeleiden of extra ondersteuning bieden bij het verwerven van de leerstof. Ook is er een speciale taal-leesgroep voor leerlingen waarvan is geconstateerd dat zij (te) weinig vooruitgang boeken op de taal-leesontwikkeling, al dan niet veroorzaakt door dyslexie.

Dit aanbod voor extra taal-leesonderwijs is ook op een aantal momenten in de week beschikbaar voor de leerlingen van het regulier onderwijs.

Ten aanzien van de spraak- en taalontwikkeling zijn er logopedistes werkzaam op school om de leerlingen hierbij te ondersteunen.

Voor het extra bevorderen van de motorische ontwikkeling bestaat de mogelijkheid tot het krijgen van fysiotherapie of motorische remedial teaching op school. Een goede motorische ontwikkeling is vaak voorwaardelijk voor de leerontwikkeling.

De orthopedagoog / psycholoog zijn – naast de taak in de CvB – inzetbaar voor leerlingen die stagneren of problemen ondervinden in hun sociale en/of emotionele ontwikkeling. Ook beoordelen zij mee over de aanpak van leerlingen als de leerontwikkeling stagneert.

Alle medewerkers die buiten de groep leerlingen begeleiden, begeleiden ook de leerkrachten in hun aanpak van het vakgebied en/of de leerling in de klas.

Er is dus sprake van een multi-disciplinaire verantwoordelijkheid in de begeleiding van de leerlingen.

In Lelystad zijn voorzieningen voor cluster 3 onderwijs (een school voor zeer moeilijk lerende leerlingen) en voor cluster 4 (onderwijs aan leerlingen met psychiatrische problematiek of onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare leerlingen)  Het beleid is dat de leerling op die onderwijsvoorziening terecht komt die aansluit bij de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen.

In voorkomende gevallen waarin het speciaal onderwijs niet aanwezig is in Lelystad en/of waarbij de school voor speciaal basis onderwijs met extra ondersteuning in een adequate onderwijsplek voor de leerling kan voorzien, worden leerlingen met een indicatie voor cluster 1, 2, 3 of 4 geplaatst op de Watergeus.

Ook kan het voorkomen dat gedurende het volgen van onderwijs op de Watergeus extra begeleiding noodzakelijk is. In dat geval wordt voor deze leerling een indicatie aangevraagd.

Door de school wordt, samen met de begeleider vanuit het speciaal onderwijs, een overeenkomst met de ouders van de leerling opgesteld. Hierin wordt de inzet van uren en middelen afgesproken. Tevens wordt vastgelegd onder welke condities het voor de school mogelijk is om de leerling op school te begeleiden. Wanneer de problematiek van de leerling zodanig is dat de Watergeus niet meer kan zorgen voor de meest adequate onderwijsplek, dan is een overstap naar de onderwijsvoorziening van het desbetreffende cluster noodzakelijk. Over de ontwikkeling van de leerlingen op de Watergeus wordt regelmatig overleg gevoerd met de ouders.

Externe zorg
Een deel van onze leerlingen krijgt ook zorg buiten de school. Met deze externe zorgverleners wordt contact onderhouden om zorg en onderwijs zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Externe zorgverleners waarmee wordt samengewerkt zijn o.a. de Reeve, Bureau Jeugdzorg, Traverse, Meerkanten, Therapeutisch centrum Lelystad, Bosman etc.

Terugplaatsing
Terugplaatsing naar het regulier basisonderwijs behoort ook tot de mogelijkheden. De besluitvorming hierover vindt zeer zorgvuldig plaats waarbij de groepsleerkracht, de intern begeleider en de leden van de commissie van begeleiding zijn betrokken. Natuurlijk vindt dit in intensief overleg met de ouders plaats. Wanneer er sprake is van terugplaatsing kan de leerling vanuit de Watergeus nog een periode begeleid worden op de reguliere basisschool.

Van belang is dat de ouders goed geïnformeerd zijn over wat de school kan bieden aan zorg voor hun kind. Wij streven ernaar om ouders te betrekken bij het leerproces, omdat steun van thuis één van de belangrijkste succesfactoren is voor de leerontwikkeling van de kinderen.